woensdag, november 22, 2017
Keuze van de Redactie
U bent hier: Home / Landen / België / Brussel; exit Europese hoofdstad
Brussel; exit Europese hoofdstad

Brussel; exit Europese hoofdstad

  • Nederland
  • Brussel, de Europese hoofdstad, zetel van vele EU-organen. Een Europese hoofdstad waarvan het bestuur, de ambtelijke organisatie en het justitieel apparaat feitelijk en communicatief niet is opgewassen tegen de taken die een hoofdstedelijke positie vereisen. Uit de geschiedenis van de keuze voor Brussel valt af te leiden dat de stad innerlijk te verdeeld is om te verwachten dat de toekomst er in dit opzicht beter uit zal zien. Hoog tijd om de gelegenheid te baat te nemen voor een beginselbesluit tot verplaatsing van de Europese zetel. Met een prettig bijgevolg voor wie in de EU gelooft.
  • eduGrw-pubs
  • edugrw@gmail.com

De gebeurtenissen in Brussel brengen de vraag wederom in beeld of deze stad nu bij uitstek geschikt is om als feitelijke Europese hoofdstad te blijven functioneren. Zo heel voor de handliggend is dat namelijk niet en blijkens de geschiedenis die aan die keuze vooraf is gegaan, is het dat ook nooit geweest. In een grove notendop is die wordingsgeschiedenis begonnen in 1952 en duurt, door het gehate maandelijkse gependel naar Straatsburg, nog steeds voort. De keuze voor Brussel ging destijds niet zonder slag of stoot en was nogal halfslachtig. De zes leden van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS: Fr, Du, It, Be, Lu en Ned) brachten begin jaren ’50 Straatsburg, Luik en Den Haag in als mogelijke hoofdvestiging. Onenigheid daarover leidde uiteindelijk bij vijf van de zes leden tot een andere kandidaat: Brussel. Toch werd het Brussel niet en wel om de opmerkelijke reden dat de toenmalige eigen Belgische minister van Buitenlandse Zaken (Paul van Zeeland) mogelijk om electorale redenen vast bleef houden aan Luik. Om uit de impasse te geraken werd uiteindelijk gekozen voor een tijdelijke zetel in Luxemburg, maar overeengekomen werd tevens dat de Algemene Vergaderingen van de EGKS in Straatsburg zouden plaatsvinden, mede omdat daar de Raad van Europa (geen orgaan van de EGKS) al was gevestigd. In 1957 vloeide uit het Verdrag van Rome de nieuwe Europese instelling Euratom voort en de taken van de EGKS werden met het Verdrag uitgebreid. Daarmee  zag de Europese Economische Gemeenschap (EEG) het levenslicht. Brussel kandideerde zich voor de zetels van de daarmee samenhangende Raden en Commissies. Ook deze keer werd het Brussel niet, wederom door eigen toedoen, namelijk als gevolg van het politieke krachtenspel in de Belgische regering. Twee maal de eigen glazen ingooien had de overige vijf lidstaten toen toch al te denken moeten geven. Maar nee, de zes besloten in 1958 Brussel toch als zetel te kiezen, zij het voorlopig, in afwachting van de bevindingen van een comité van deskundigen dat werd belast met de studie naar een enkele zetel voor alle organen en diensten van de EEG. De studie verzandde en pas in 1965 leek er alweer een voorkeur te bestaan voor Brussel. Daarvoor  gold het verzoenende geopolitieke argument dat Brussel is gelegen op het scheidingsvlak van Romaanse en Saksische culturen en ook zou de tweetaligheid van de Stad de communicatie vergemakkelijken. Luxemburg en Frankrijk vreesden beide echter voor hun positie als vestigingsplaats. Gedreven door de alom als ergerlijk ervaren inefficiëntie van de gespreide vestigingen werd het merendeel van de instellingen toch in Brussel gecentraliseerd. Als uitvloeisel van een compromis behield Luxemburg de Europese Investeringsbank en kreeg het ook de zetel voor het Europese Hof van Justitie. In datzelfde compromissenkader werd het Europese Hof voor de rechten van de mens gevestigd in Straatsburg en was door de Fransen tevens bedongen dat in diezelfde stad het Europese Parlement elke maand een week zou vergaderen. En met dat onzinnige compromis zit de Europese Unie nog steeds opgescheept. Niet alleen de parlementariërs, ook de burgers die de miljoenen moeten opbrengen om de maandelijkse heisa te kunnen laten plaatsvinden. Helpt deze mallotige spreiding al flink om Brussel als EU-hoofdstad tegen het ligt te houden, de conclusie die uit het verloop van deze geschiedenis kan worden getrokken is, dat Brussel sluipenderwijs en in weerwil van zichzelf de feitelijke Europese hoofdstad is geworden.

Het politieke geknoei van de stad en het land bij de totstandkoming van de keuze destijds had voor de lidstaten toch ernstige twijfels moeten oproepen over het vestigingsklimaat en de bestuurlijke capaciteiten aldaar.

Maar nog in 2002 werd besloten om de vergaderingen van de Europese Raad (het hoogste EU-orgaan) niet meer te laten rouleren tussen de voorzittende naties, maar deze ook in Brussel te centraliseren. De in het licht van de actuele Brusselse gebeurtenissen wrange argumentatie daarvoor was dat de stad ervaring heeft met veiligheidsmaatregelen, logistieke afhandeling en protocollen, en wist hoe het met betogers moest omgaan.

Moeten we Brussel in het huidige tijdgewricht bezien, dan tekent zich een stad af waar onwillige tweetaligheid heerst,  waar er kennelijk zo’n verdeeldheid in politiezones en –optreden heerst, dat de corpsen, deelgemeenten en politici elkaar tegenwerken, een stad waar verdeeldheid tot onbestuurbaarheid en op onderdelen tot anarchie leidt, waar communicatie zich door middel van twistgesprekken voltrekt en waar het justitieel apparaat aan alle kanten tekort schiet.

Is zo’n hoofdstad de Europese Unie waardig?

JA! zullen Eurosceptici uitroepen, want deze schets van wanordelijk Brussel vormt een waarheidsgetrouwe afspiegeling van wat de EU zelf is en doet. Verdeeld en verscheurd over veel, waarover bovendien eindeloos gecommuniceerd wordt. Daar zit misschien wat in maar deze gelijkenis is in dit kader zeker geen conditio sine qua non en de constatering helpt evenmin om ofwel Brussel ofwel de EU minder verdeeld te laten zijn.

NEE! zeggen burgers die geloven in de positieve effecten die de EU heeft, ook al is de Unie de kinderschoenen ruim ontgroeid en is er nog steeds heel veel, misschien zelfs steeds meer, te verbeteren. Voor hen en voor hen die bij de Unie werkzaam zijn is het daarom zeker de moeite waard de discussie over een andere Europese hoofdstad juist nu nieuw leven in te blazen.

 

De eerdergenoemde aanvankelijke voordelen die aan Brussel als hoofdstad werden toegeschreven, als culturele brug, als ervaren beveiligingsdeskundige en haar tweetaligheid, lijken zich inmiddels in drie nadelen tegen haar te hebben gekeerd. Er heerst in bestuurlijk en uitvoerend Brussel op te veel fronten een te grote innerlijke verdeeldheid om te kunnen verwachten dat deze stad in de toekomst alsnog de kwaliteiten en waarborgen kan bieden die een Europese hoofdstad vereisen.

Voldoende reden om een volwaardiger alternatief te zoeken, zou men denken.

Een argument voor een andere ‘hoofdstad’ van heel andere orde is bovendien dat Brussel binnen het gebied dat de inmiddels 28 lidstaten van de EU omvat erg excentrisch is gelegen.  Dat is een groot nadeel, want anders dan bij natie-hoofdsteden gaat het bij de EU meest om politici, functionarissen en beambten die slechts tijdelijk in de EU-hoofdstad verblijven, veelal voor het weekend of langer naar hun thuisland terugreizen en er slechts een heel beperkte periode van hun leven werkzaam zijn. Een meer centraal gelegen hoofdstad zou daarom meer recht doen aan het beginsel van gelijkheid onder de lidstaten en het zou de doelmatigheid ten goede kunnen komen, zeker als daarbij ook de heen-en-weertjes naar Straatsburg ten einde komen.

De centrale vraag is natuurlijk welk alternatief zich zodanig voordoet dat decennialange discussie daarover uitblijft. Afpellen is dan beter dan afwegen. Goede internationale bereikbaarheid over weg, spoor en via de lucht zijn voorwaarden en dat beperkt het aantal kandidaten. Nog beperkter wordt het nu de beste kandidaat onbespreekbaar is; Duitsland, bijvoorbeeld Bonn of München. Begin jaren ’50 opperde de Franse minister van Buitenlandse Zaken en grondlegger van de EGKS Robert Schuman de stad Saarbrücken als hoofdzetel van de organisatie, gelegen op de grens van Frankrijk en Duitsland. Door toedoen van Frankrijk was Saarland na de oorlog van Duitsland politiek losgemaakt en het voorstel tot Saarbrücken had mede ten doel om de daarmee samenhangende spanningen tussen deze beide landen te verkleinen. Duitse politieke verdeeldheid speelde een rol in het mislukken daarvan. Dat laatste zal nu niet het geval zijn. De stem tegen Duitsland zal nu komen van lidstaten die daarmee hun nu reeds bestaande vrees voor de Duitse hegemonie bevestigd zullen zien. Dat valt te billijken. Maar doorslaggevender in dit stadium is de vraag of de politieke wil bestaat om eensluidend over welke stad waar dan ook binnen de grenzen van de Unie te besluiten. Het momentum voor een beginselbesluit tot verplaatsing van de hoofdstad is er nu ontegenzeggelijk. De Unie bestaat echter op dit moment voornamelijk uit dwarsliggers en het merendeel van de lidstaten heeft niet de onderlinge samenhang voor ogen maar individueel maximaal profijt. Oppervlakkig beschouwd zou dit kunnen leiden tot de conclusie dat een dergelijk voorstel door gebrek aan draagvlak volkomen zinloos zou zijn. Die conclusie lijkt niet gerechtvaardigd, juist in deze situatie van egocentrisme. Bijna elke lidstaat heeft er belang bij een zo omvangrijke werkgever als de EU, met in allerlei opzichten zulke enorme kruiwagens binnen zijn grenzen te krijgen. Het uitspreken door de EU-bestuursorganen van de intentie om een locatie te zoeken voor een andere Europese de facto-hoofdstad zou daarom onmiskenbaar leiden tot een positievere algehele houding jegens de EU in de komende decennia van met name die lidstaten die zich nu het hardst tegen de Unie verzetten.

Een drukmiddel? Jazeker. Maar de EU bestaat bij de gratie van drukmiddelen.

Over edugrw

Schrijf Uw Reactie

Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *

*

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Kies de person met
de hand omhoog *

Scroll To Top