dinsdag, oktober 16, 2018
Keuze van de Redactie
U bent hier: Home / Bronnen / Bedrijfsleven & Ondernemers / Charlie H. en de wereld als een hype
Charlie H. en de wereld als een hype

Charlie H. en de wereld als een hype

  • Nederland
  • Na de idiotie van Charlie H. mag er eindelijk eens gekeken worden naar de inpasbaarheid van de Islam in de westerse samenleving. De solidariteit tussen westerse bestuurders heeft de collectieve zwakte en onmachtigheid van de democratie aandoenlijk blootgelegd. Waar wringt de schoen?
  • eduGrw-pubs
  • edugrw@gmail.com

CHARLIE H. en DE WERELD ALS EEN HYPE

In oorlogen en kruistochten werden in de Middeleeuwen vreselijke gruwelijkheden uitgevoerd op zowel de actief bij de strijd betrokkenen als ook op de burgers die onder handbereik waren, vaak volkomen willekeurig. Maar ook buiten oorlogen waren geselingen, het afhakken van ledematen, vierendelen, radbraken en verbranding letterlijk aan de orde van de dag en veelal zelfs een verzetje voor de burgerij. Zonder te overdrijven,  het straatbeeld werd menigmaal opgesierd door galghangers, op staken gespietste hoofden, gevierendeelde lichamen en her en der rondslingerende lichaamdelen. De toen hegemoniërende Rooms Katholieke kerk stond marteling toe en paste het middel op ruime schaal ook zelf toe, onder meer door de inquisitie, de opsporende en uitvoerende kerkrechtbank. Christelijke kunst bestond uit weergaven van de gruwelijkste taferelen, waar men van genoot en anno 2015 vallen de beelden, gobelins en schilderijen nog in kerken overal ter wereld te ‘bewonderen’. Oorlogvoeren en regionale en lokale vechtpartijen waren veelal vermaak voor de vechtenden zelf, die zich menigmaal vrijwillig voor een kleine of grote strijd aanmeldden of er ‘beroepsmatig’ voor kozen. Anders lag dat voor de slachtoffers van bijvoorbeeld de omvangrijke bendes die in de middeleeuwen op enorme schaal Europa afstruinden en de gewone burger en de adel in het beste geval afpersten en zo niet dan toch verkrachtten, verminkten, roosterden, vilden of gewoon vermoordden. Er viel uit het beroepsmatig plunderen een heel goed bestaan te halen.

Het dagelijks leven was zo doordesemd van geweld en oorlog dat al in de 10e eeuw door de kerk gehoor werd gegeven aan het burgerlijk verlangen van een z.g. ‘godsvrede’. Die bestond er, kortweg, in dat er op zondag even niet gevochten werd.

Tot zover de vrolijke noot.

Wie opgroeit met wreedheid als norm ontwikkelt geen empathie en dus ook geen compassie. Gebrek aan compassie kan geestes- en gedragsstoornissen teweegbrengen of ermee samenhangen, die we nu als zodanig herkennen en onderscheiden van ‘normaal’ gedrag en een naam hebben gegeven. Wrede ervaringen en gebrek aan liefde kunnen op hun beurt, zo we weten, ook alle mogelijke emotionele hersenschade toebrengen, waardoor gevaarlijk gedrag kan ontstaan.

Empathie is in de westerse wereld inmiddels meer tot ontwikkeling gekomen en dat hangt nauw samen met intellectuele ontwikkeling, welvaart en welzijn en, onder nog veel meer, de bewustwording dat destructie van de soort minder oplevert dan samenwerking.

Om dat punt van beschaving te bereiken hebben we nogal wat stappen moeten maken, met als triest, in dat kader,  ‘hoogtepunt’ WO II, waarna de ontwikkelingen zich in hoog tempo in de goede richting opvolgden.

Dankzij onze eigen inspanningen (m.n. van de generaties voor de onze) is het bestaan in de westerse wereld uitgetild boven de ellende van destijds, waarop de generaties van na 1945 in comfort hebben kunnen voorbouwen. Natuurlijk, het barst nog van de misstanden en systeemfouten, maar aan verbetering wordt voortdurend gewerkt.

Maar kennelijk realiseren zich weinigen wat een humane prestatie het is dat het dagelijks leven voor ons westerlingen er ongekend onbedreigd uitziet. Ongekend, gezien in het licht van de historie en de diersoort ‘mens’ die we zijn, met alle biologische bagage voor het strijden in ons opgeslagen, een strijdlust die slechts ten dele ten dienste staat van het overleven. Onbedreigd, gezien de hedendaagse geringe kans dat ons, als individuele deelnemer in een westerse samenleving daadwerkelijk iets overkomt dat wordt veroorzaakt door kwaadwillenden (voor zover we zelf niet deelnemen aan kwaadwilligheid).

Afgezet tegen ons historisch feitenmateriaal is die individuele dreiging zelfs verwaarloosbaar, al hebben we daarvan een andere perceptie.

Die perceptie heeft echter wel een voedingsbodem en die bestaat in een bedreiging van het systeem van onze samenleving en dat is mogelijk veel ingrijpender. Wie morrelt aan het systeem waarover de deelnemers zo tevreden zijn dat ze angst hebben het te verliezen, morrelt tegelijkertijd aan het welzijn van deelnemers in dat systeem. En dat is serieus, want grootschalig en van enorme invloed.

Met de hiervoor geschetste prestatie voor ogen, meen ik dat we recht van spreken hebben om niet alleen de verworven vrijheden, maar ook de relatieve veiligheid met hand en tand te verdedigen tegen hen die dat willen aantasten, bijvoorbeeld door ons op grond van een levensbeschouwelijke overtuiging te willen terugdwingen naar een niveau van beschaving dat wij, in tegenstelling tot de dwingeland, generaties achter ons hebben.

Daarvan is nu sprake en wel met religie als drijfveer voor onverdraagzaamheid en de wens tot uitroeiing van andersdenkenden. Dat is in zoverre niet opmerkelijk dat religies, in bredere zin, levensbeschouwelijke overtuigingen (let op het verschil in woordgebruik, geloof tegenover overtuiging) door de eeuwen heen de aanstichters waren voor oorlog en repressie. Maar wat het wél opmerkelijk maakt is dat alle grote religies, waaronder dus het Christendom, Jodendom én de Islam, barmhartigheid als drager hebben. In de bijbel wordt God de vader van de barmhartigheid genoemd, Christus is naastenliefde en wie kent hem niet, de Barmhartige Samaritaan als metafoor? Kijken we weer even terug in de tijd dan vinden we opmerkelijk weinig aanwijzingen dat de RK-kerk de barmhartige uithangt. Wat we wel zien is een overvloed van het tegendeel, zie hiervoor, inquisitie en repressie in het dagelijkse leven, in kruistochten en door andere oorlogen.

Zoals gezegd, die tijd hebben wij, in het ‘westen’ gehad; het christendom heeft aan alledaagse invloed door wetenschappelijke kennis maar ook mede door eigen handelen ingeboet en in het algemeen stemt de westerse samenleving ons, naar eigen keuze met of zonder (Joods)Christelijk geloof, tot tevredenheid en, wie zich ervan bewust is, tot dankbaarheid, ondanks dat de barmhartigheid nog wel een zetje kan gebruiken.

Ook de Islam is niet vies van barmhartigheid; bijna elk van de 114 hoofdstukken van de Koran vangt aan met ‘In de naam van God de Genadige, de Barmhartige’ en de moslim wordt er tot mededogen aangespoord.

We hoeven echter niet terug te gaan in de tijd om te constateren dat daar waar de Islam de scepter zwaait de barmhartigheid veelal ver te zoeken is. Repressie en meedogenloosheid zijn er eerder een kenmerk dan het in de Koran voorgestane mededogen, wreedheid eerder regel dan uitzondering.

Ook zien we een mondiale terugval in secularisatie en dat is mede door de agressie waarmee e.e.a. plaats grijpt, hoe je het wendt of keert, een bedreiging die we onder ogen moeten zien. Men kan tot geen andere conclusie komen dan dat de Islam in de vorm waarop hij wordt beleden, niet van deze tijd is, dat de volkeren die hem belijden en zich nu roeren, doorgaans, laat ik het vriendelijk zeggen, flink in tijd op ons achter lopen. Dat er clement, begripvol en tolerant van de democratische zijde mee wordt omgegaan is vriendelijk, fatsoenlijk en beschaafd, maar inmiddels blijkt dat tegen ons te werken. Dat dit niet gezegd mag worden is tekenend voor de onkunde en vooral voor de angst om met de gevolgen geconfronteerd te worden.

De scheidslijn tussen clementie, begrip en tolerantie als vormen van kracht enerzijds en als vormen van zwakte anderzijds is flinterdun. We zien het in achterstandswijken in veel westerse grote steden, waar tolerantie (verwaarlozing? bestuursonverschilligheid?) heeft geleid tot het ontstaan van broeinesten van radicalisering en waar de zwakte, de onmacht van ons bestuur in beeld is gebracht. Wie denkt dat de zachte heelmeester die democratie heet de veerkracht heeft om daaraan tegenwicht te bieden, we horen het maar al te vaak uit de mond van onze bestuurders, kent de geschiedenis niet evenmin als de feiten. Het zwaard van barbaren wint het altijd van het woord van de democraat omdat de barbaar het woord niet verstaat.

Hoewel het in deze tijd met de wetenschappelijke kennis die we hebben al bedenkelijk is om het ouderwetse geloven nog geloofwaardig te laten zijn en om daar, in het Christelijke geval, een wereldomspannend en schatrijk instituut voor te handhaven, heeft men de vrijheid om te denken en te geloven wat men wil. Men heeft zelfs de vrijheid om ‘de grote leugen’, anders dan bijvoorbeeld het ontkennen van een genocide, ongestraft te blijven uitdragen. Van binnenuit de kerk gezien is dat opmerkelijk, want het 9e gebod ‘Gij zult niet vals getuigen tegen een naaste’ wordt door Bijbelvorsers wel uitgelegd als een gebod tegen het liegen in het algemeen. Het staat er echter niet letterlijk en dan is er ruimte voor ´persoonlijke invulling´, zo blijkt dus. Het is niet voor niets dat het een pauselijke legaat in de 15de eeuw (en latere paus Paulus VI)  Giovanni Pietro Carafa was aan wie de uitdrukking ‘Mundus vult decipi, ergo decipiatur’ wordt toegeschreven. Meer dan ooit is zichtbaar dat de wereld daadwerkelijk bedrogen wil worden, hunkert naar bedrog, uit vrees dat de waarheid erger is. Verkiezingen, en dan vooral geëtaleerd in de VS, tonen het in lichtgevende hoofdletters. In het westen wordt dit RK-instituut van verkondiger van onzin aanvaard en ondanks alles nog steeds gerespecteerd, ook al zijn er talloze aanwijzingen en feiten om dat niet te doen.

Toch staat een toenemend deel van de westerse bevolking niet te juichen bij een opleving van het Christendom. Daarom behoeft het binnenhalen van nog een religie, zelfs een niet-eigen (niet-westerse) religie, waarvan de gedragscodes bovendien ver afstaan van de hedendaagse en gangbare opvattingen en normen, niet te rekenen op een warm onthaal bij de in Christelijke culturen opgegroeide burger. De burger in het algemeen, maar zeker wie zich de moeite getroost zich er in te verdiepen zal een toename van Islamitische invloeden in zijn leefomgeving met vreze tegemoet zien, en het (verregaand) faciliteren van de beweging afwijzen.

Voor zover het barbarisme waarvan we getuige zijn in Noord-Afrika en het Midden-Oosten gescheiden kan worden van de levensbeschouwelijke overtuiging die ertoe aanzet, is het ‘vrijdenken’ een grondrecht in onze samenleving.

Maar bij de Islam is het scheiden van beiden een moeilijk verhaal, wat er toe leidt dat zelfs het toestaan om het in vrijheid te kunnen belijden al een gevaar in zich bergt. Om verschillende redenen.

In de eerste plaats is het een type levensbeschouwelijke overtuiging waar het na het bieden van de mogelijkheid tot belijdenis niet ophoudt, het is slechts de eerste fase. Na belijdenis is invoering van gedragscodes, nog alleen voor de volgelingen, fase twee. In fase drie wordt een beroep gedaan op onze eigen democratische beginselen door te eisen dat die codes deel gaan uitmaken van het generale normenstelsel dat zich uitstrekt over alle burgers. Het zich er voor beijveren dat bepaalde gedragingen beperkt worden en zelfs strafbaar zijn is fase vier en tenslotte vormt het opheffen van de secularisatie, het opleggen van religie als staatsgodsdienst en burgerplicht en invoering van het religieuze strafrecht de bekroning. Turkije is op weg.

In de tweede plaats blijkt dat we al in de eerste fase, het toestaan van het belijden, geen vat hebben op wat er zoal beleden en gepredikt wordt. Waar komt die machteloosheid dan toch vandaan, waarom kunnen we geen vat krijgen op wat we wel en niet willen toelaten in onze samenleving?

Onze passieve machteloosheid vloeit naar ik meen in belangrijke mate voort uit de letterlijke machteloosheid van de Islamitische beweging, die geen Centraal gezag als uitvoerend orgaan kent, zoals in de Rooms Katholieke kerk de Heilige Stoel met een curie en een paus. In de Islam is niemand aanspreekbaar en niemand spreekt voor allen. Dat maakt sturing van de massa volgelingen gecompliceerd, eigenlijk onmogelijk. De Koran is dan wel leidraad, maar is, volgens eigen zeggen, volkomen onbegrijpelijk voor de leek, die voor een begrip over hoe te handelen en te leven geïnstrueerd moet worden door een Schriftgeleerde, een Imam of een (ander) geestelijke leider. Dat gaat via onderwijs en fatwas (vraag en antwoord) en dat noodzaakt tot persoonlijke interpretatie door de schriftgeleerden van de teksten van de Koran en de wensen van en grenzen voor de Profeet, opgenomen in hadith en sunnah. De uitgesproken fatwas zijn o.m. verzameld in fatwabanken en vormen een allegaartje van interpretaties. Anders dan onze Jurisprudentie (vonnissen en arresten), waaruit (uiteindelijk) één interpretatielijn gedestilleerd kan worden, kunnen met elkaar strijdige fatwas eeuwenlang naast elkaar ‘rechtsgeldigheid’ behouden. Een lijn, een structuur, een waarheid is er daarom niet.

Door deze interpretatievrijheid binnen de Islam kan een naar westerse maatstaven verkeerde Imam tot rare en haatzaaiende denkbeelden en handelingen komen en het geeft hem alle ruimte tot het geven van verkeerd onderwijs en dat schuurt in ons democratisch bestel aan de vraag over het recht op vrijheid van godsdienst, het recht op het vrije woord en het recht op vrij onderwijs van de artikelen 6, 7 resp. 23 van de grondwet. Behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet, waaronder aanzetten tot haat, is daarin een beperking, maar toon dat maar eens aan voor de rechter. Als onderwezen wordt dat de Profeet alle homo’s zou vergassen wordt juridisch gezien geen haat gezaaid, maar het onderwezen kind begrijpt het zoals het door de imam bedoeld is, want de Profeet heeft altijd gelijk, zo is hem bijgebracht. Dat raakt ook aan de vraag wat als de haat is ingegeven door de Koran en dus het woord van God? Spreken we dan nog van haatzaaien of is de haat dan slechts een verbaal signalement door de Imam, betreffende ongeoorloofd handelen in strijd met het Godswoord en is het dan dus het wijzen door de Imam op wat in Christelijke termen ketterij heet?

Theoretisch sluit de grondwet het belijden van een gewelddadige godsdienst uit op grond van de verantwoordelijkheid van de belijder volgens de wet. Praktisch echter laat de Imam of andere prediker met verkeerde denkbeelden zich strafrechtelijk binnenskamers niet betrappen op onverantwoordelijkheid volgens de wet in die zin, dat grensoverschrijding voor de rechter nagenoeg niet aangetoond zal kunnen worden.

Met de wet kunnen we dus helemaal niets kwalijks tegenhouden, omdat Godswoord doorwrochter is dan dat van de wetgever.

De conclusie zal dan ook moeten zijn dat de Islam niet past in een democratisch systeem, waarin de actoren zich beijveren om hem te versterken in plaats van te verzwakken.

De eerder gememoreerde losse en versnipperde ‘structuur’ van de Islam, zonder centraal gezag lijkt van cruciaal belang voor de vraag op welke wijze het westen de Islam, of eigenlijk de moslim, dan zou moeten benaderen.

Een moslim is een los element die de Koran, hadith en sunnah in meerdere of mindere mate als leidraad voor zijn levensweg heeft, aanhanger van Allah en de Profeet en geschaard onder de noemer van de Islam. In tegenstelling tot het gangbare zitten er tussen deze ongeleide elementen,juist  geleide projectielen, die in vereniging uit naam van Allah en de Profeet dood en verderf zaaien.

Na het evenement rond Charlie Hebdo werd het nemen van afstand door moslims van hun daarbij moordende broeders door velen toegejuicht. Het lijkt een mooi gebaar, op het eerste gezicht, en men hoeft er niet aan te twijfelen dat het goed bedoeld is, misschien was het zelfs een behoefte, ingegeven door de collectieve verontwaardiging van de niet-moslim’gemeenschap’.

Zowel de juichers als de afstandnemers slaan echter naar ik meen de plank mis, want die afstandsgedachte is gebaseerd op de idee dat er eenheid en organisatie heerst binnen de Islam, er één richting zou zijn en er dus van identificatie van alle moslims aan elkaar zou bestaan. En die is er dus niet.

De inhoud van het afstandnemen lijkt mij daarom twijfelachtig en vanwege het ontbreken van onderlinge identificatie mogen we het nemen van afstand ook niet van hen verwachten. Wordt aan Joden gevraagd afstand te nemen van de nogal eens inhumane wijze waarop Palestijnen door Israël worden bejegend? Wordt katholieken, dichter bij huis, gevraagd afstand te nemen van hun RK-organisatie na opening van de wereldwijde beerput aangaande paterlijk kruisgefrutsel bij jonge jongens in internaten?  Wordt hetero’s gevraagd afstand te nemen van hun hetero-broeders die homo’s op grove wijze discrimineren of in elkaar rammen? Werd de blankman verzocht afstand te nemen van het smerige apartheidsregiem in Zuid-Afrika? Wordt Zwarten verzocht afstand te doen van de terreur van Mugabe in Zimbabwe? Noem maar op ga maar door. Voorbeelden te over die de onzinnigheid aantonen van verzoeken om afstand te nemen van een te veroordelen gedrag van op enig vlak medegenoten. Daarin zullen we de oplossing dus niet vinden en daarbij, overal in de wereld worden dagelijks aanslagen door moslims gepleegd die niet of als voetnoot in het nieuws verschijnen. Waarom dan zo extreem veel ophef over een (overigens zonder enig voorbehoud te veroordelen) aanslag op een uitgever van een lullig en onfatsoenlijk krantje met een slechte smaak?

Het heeft er de schijn van dat de dicht bij het vuur situatie de gehele pers gelegenheid bood om op datzelfde vuurtje olie te gooien, want het betrof immers de persberoepsgroep zelf. Dat de pers als getroffene er bovenop zit valt te rechtvaardigen, maar moet de hele rest van de westerse wereld zich daarmee vereenzelvigen en zich er door laten meeslepen? Wat precies was het doel daarvan, wat straalt het uit, al die westerse regeringsleiders op een rij in protest? Solidariteit, inderdaad. Solidariteit in zwakte, in verenigde onmachtigheid. Wij, het volk, kunnen er niets méér mee dan concluderen dat we niet weten wat we met de Islam in zijn algemeenheid aanmoeten, en dat zij, onze bestuurders, hiermee keihard erkennen dat het een reële dreiging vormt, dat mag duidelijk zijn. Nu dus tijd voor daden, lijkt me.

Een ondertussen weet ik beter. Want de idiotie rond Charlie H., niet het incident zelf natuurlijk, is qua nulligheid vergelijkbaar met die rond de begrafenis van André Hazes, waarin diens ‘beste vrienden’ destijds bijna bleken te reiken tot George Bush jr..

In dit geval van Charlie H.: de wereld als een hype.

Tenslotte nog dit. Ik begon dit verhaal met de beestachtigheid waarmee Europeanen elkaar in de Middeleeuwen en later bejegenden.  Wreed, dood en verderf. Eeuwenlang.

Kennelijk echter moet de ‘mens’ als soort dit stadium doorlopen om uiteindelijk de scherpe kanten van een, wat men aanduidt als ‘vernislaagje’ te voorzien waarmee het dagelijks leven voor de omgeving een minder grote kwelling wordt. Belangrijk is te beseffen dat daarbij niet alle stammen en samenlevingen in de wereld in gelijke tred voorwaarts lopen. De aanduiding ‘vernislaagje’ geeft goed aan wat er mis is ons denken over en daaruit voortvloeiend handelen voor ontwikkelingsgebieden. Beschaving en ontwikkeling zijn namelijk geen vernislaagje, het zijn een laklaag en om een laklaag te laten hechten moet er eerst een hechtlaag worden aangebracht. En dat willen we maar niet inzien. Zonder hechtlaag geen duurzaamheid. ‘Hulp’ van buitenaf moet in de huidige westerse visie, inclusief wapenleveranties, direct 7 eeuwen achterstallige ontwikkeling (lees oorlogen, slachtpartijen, plunderingen, religieuze uitbuiting) overbruggen en in democratische mallen ‘gedictatoriëerd’ worden. Zelfs waar het gaat om wapenleveranties vergeten we de ontwikkelingskloof met als gevaar, met als realiteit, verlies van complete arsenalen hypermoderne wapens aan ‘de vijand’ die al net zo onderontwikkeld en barbaars is als de ‘goede’ waaraan ze geleverd zijn om ze te bestrijden. Het verlies ervan is niet het ergste, het verlorene wordt echter ingezet tegen degene ten behoeve waarvan ze geleverd waren én tegen de verstrekker zelf. En dat was niet de bedoeling van de leveringen. Zie de plundering van Iraakse wapendepots door IS in de zomer 2014 vol Amerikaans wapentuig, de in oktober van dat jaar buitgemaakte, voor de Koerden gedropte Amerikaanse granaten, de Russische MiG-21 en 23’s, buitgemaakt op het Syrische leger, de door Saoedi-Arabië aan Syrische rebellen geleverde M79-antitankraketten, Belgische FN-pistolen, nog eens 400-duizend Amerikaanse machinegeweren en mortieren, Chinese en Oostenrijkse wapens en zelfs uit Kroatië, etc. Zijn deze leveranties, deze hulp aan achterlijken, die telkens als een boemerang bij de leverancier terugkomen maar dan om hem te vernietigen, op enigerlei wijze te rechtvaardigen, behalve dat het de westerse oorlogsindustrie tot bloei brengt en in bloei houdt en de belangen van olieleveranties veilig hoopt te stellen, wat op termijn nog maar zeer de vraag is? Is dit niet vragen om een sigaar uit eigen doos, is dit niet de boemerang van baatzuchtigheid? Zou het geen baat hebben om bevolkingsgroepen waar wij geen historisch affectieve band mee hebben hun eigen geschiedenis te laten maken zonder onze bemoeienis? Ik laat de antwoorden aan de lezer.

Over edugrw

Schrijf Uw Reactie

Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *

*

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Kies de person met
de hand omhoog *

Scroll To Top