zaterdag, december 16, 2017
Keuze van de Redactie
U bent hier: Home / Bronnen / Bedrijfsleven & Ondernemers / DNB: Europese regelgeving gooit de derivatenmarkt op de schop
DNB: Europese regelgeving gooit de derivatenmarkt op de schop

DNB: Europese regelgeving gooit de derivatenmarkt op de schop

  • Europa
  • Nieuwe Europese regelgeving voor de internationale derivatenmarkt, de European Market Infrastructure Regulation (EMIR), bevordert financiële stabiliteit door transparantie van de markt te verhogen en centrale afwikkeling van derivaten te stimuleren. EMIR bindt de strijd aan met een aantal belangrijke risico’s in deze markt, maar brengt tegelijkertijd een aantal nieuwe risico’s aan het licht. Marktpartijen moeten daar goed op inspelen, bijvoorbeeld door versterking van hun liquiditeit- en onderpandbeheer.
  • DNB
  • www.dnb.nl
  • info@dnb.nl
  • http://www.dnb.nl/nieuws/nieuwsoverzicht-en-archief/dnbulletin-2014/dnb313700.jsp

Waarom EMIR?

Bepaalde derivaten die niet op een beurs verhandeld worden (ook wel over-the-counter (OTC-) derivaten genoemd) hebben een belangrijke rol gespeeld in de opbouw van risico’s in de aanloop naar de financiële crisis. Vanwege het gebrek aan transparantie van de OTC-derivatenmarkt waren marktpartijen niet goed in staat om de risico’s van hun contracten goed in te schatten. Vooral het tegenpartijrisico, het risico dat een tegenpartij onverhoopt niet aan zijn verplichtingen kan voldoen, kon niet goed worden ingeschat. Ook toezichthouders hadden onvoldoende zicht op de ongereguleerde derivatenmarkt.

De regeringsleiders van de 20 grootste economieën, verenigd in de G-20, riepen daarom in 2009 op om de derivatenmarkt transparanter en veiliger te maken. Deze oproep heeft de Europese Unie aangespoord tot regelgeving voor OTC-derivaten, waaronder EMIR. EMIR vergroot de transparantie door rapportage van derivatentransacties verplicht te stellen. Daarnaast stelt EMIR dat standaard derivatencontracten afgewikkeld moeten worden via zogenaamde centrale tegenpartijen (CCP’s). CCP’s nemen het tegenpartijrisico van de deelnemers over. De CCP komt dus tussen de partijen in te staan. Daarmee wordt de markt ook overzichtelijker. Om de risico’s te kunnen dragen moeten CCP’s voldoende buffers aanhouden.

Sommige risico’s verminderen, andere verschijnen

Door het centraal afwikkelen van derivaten wordt de derivatenmarkt overzichtelijker: het complexe web van bilaterale contracten dat tijdens de crisis voor problemen zorgde, maakt plaats voor een meer overzichtelijke marktstructuur waarin CCP’s een centrale positie innemen. Dit betekent wel dat risico’s zich concentreren bij CCP’s. Door het beperkte aantal CCP’s in de markt hebben marktpartijen weinig alternatieven. In Europa hebben op dit moment 8 CCP’s een vergunning om afwikkelfaciliteiten voor bepaalde typen OTC-derivaten aan te bieden. Het is dus niet zo dat een CCP standaard afwikkelfaciliteiten aanbiedt voor alle typen OTC-derivaten. Omdat het risico daarmee bij een beperkt aantal CCP’s is geconcentreerd, is het des te belangrijker dat CCP’s een goed risicomanagement hanteren. Ook moeten zij goede herstel- en resolutieplannen ontwikkelen, waarin is vastgelegd welke acties worden ondernomen wanneer ze in de problemen komen.

Maar ook in de ‘schil’ om de CCP’s heen is het aantal partijen beperkt, en moeten deze risico’s ter hand worden genomen. In de eerste plaats gaat het dan om zogenaamde ‘general clearing members’. Eindgebruikers zoals pensioenfondsen en verzekeraars hebben namelijk geen directe toegang tot CCP’s, en zullen gebruik moeten maken van een tussenpersoon, een general clearing member. Behalve een aantal grote internationale partijen zijn slechts drie Nederlandse banken als zodanig actief. Daarnaast zijn sommige marktpartijen wellicht te klein om direct klant te worden van een general clearing member. Deze partijen moeten dan via een derde partij, bijvoorbeeld een bank, aansluiting vinden bij een general clearing member en daarmee aansluiting tot een CCP.

In de nieuwe inrichting van de derivatenmarkt zal verder ook het liquiditeitsrisico een grotere rol gaan spelen. Om CCP’s veilig te kunnen laten opereren, moeten deelnemers structureel meer onderpand ter beschikking stellen dan voorheen. Ook voor transacties die nog wel bilateraal afgesloten mogen worden (dus buiten een CCP om), zullen strengere onderpandeisen gelden. Hierdoor kunnen marktpartijen te maken krijgen met hogere kosten voor onderpand, of zelfs tekorten.

Een meer dynamisch liquiditeitsrisico ontstaat wanneer veranderingen in de marktwaarde van de derivatenportefeuille leiden tot extra marge- ofwel onderpandverplichtingen. CCP’s en general clearing members kunnen hun onderpandeisen ook plotsklaps aanscherpen als risico’s toenemen. Aanvullend onderpand moet in dergelijke gevallen op dag-basis, of soms gedurende de dag worden gestort. Goed onderpand- en liquiditeitsmanagement kan voorkomen dat een derivatencontract voortijdig moet worden beëindigd door het niet tijdig bijstorten van vereist onderpand.

Wat doet DNB?

De AFM en DNB zijn samen verantwoordelijk voor toezicht op de naleving van EMIR door Nederlandse CCP’s. Daarnaast ziet DNB erop toe dat banken, verzekeraars en pensioenfondsen aan de EMIR-verplichtingen voldoen; de AFM is de toezichthouder voor overige partijen. DNB ziet er ook op toe dat de financiële instellingen zicht hebben op de risico’s als gevolg van EMIR en heeft op haar website een aantal aandachtspunten gepubliceerd. DNB verwacht dat instellingen goed op risico’s inspelen en deze aandachtspunten hierbij gebruiken.

Over Content Editor V

Content editor of PressCenter website.

Schrijf Uw Reactie

Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *

*

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Kies de person met
de hand omhoog *

Scroll To Top