dinsdag, november 21, 2017
Keuze van de Redactie
U bent hier: Home / Bronnen / Bedrijfsleven & Ondernemers / DNB: Sparend Nederland
DNB: Sparend Nederland

DNB: Sparend Nederland

  • Nederland
  • Lopende rekening In de afgelopen decennia is het saldo op de lopende rekening van Nederland sterk toegenomen. Dit ‘spaaroverschot’ ontstaat doordat ons land meer inkomsten heeft dan uitgaven. Huishoudens sparen minder dan vroeger, maar de bedrijven aanzienlijk meer. De grote multinationals, het omvangrijke pensioenvermogen en de lange huishoudbalansen hebben een grote statistische invloed op de Nederlandse besparingen. Vanwege deze uitzonderlijke financieel-economische structuur moet het saldo op de lopende rekening met voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Dit zijn enkele conclusies uit een Occasional Study van DNB over het spaaroverschot.
  • Grafiek 1 - Saldo lopende rekening en winstinhouding_tcm46-309959
  • DNB
  • http://www.dnb.nl
  • info@dnb.nl
  • http://www.dnb.nl/nieuws/nieuwsoverzicht-en-archief/dnbulletin-2014/dnb309964.jsp

Het saldo op de lopende rekening staat sinds de crisis meer in de belangstelling. De Europese Commissie gebruikt het als indicator voor mogelijke macro-economische onevenwichtigheden. Met een gemiddelde omvang in de afgelopen drie jaar van 9,2% ligt het Nederlandse overschot historisch en internationaal gezien op een hoog niveau, en boven de Brusselse grenswaarde van 6%. Een hoog saldo op de lopende rekening wordt gereflecteerd door een hoog spaaroverschot: het betekent immers dat niet alle inkomsten worden omgezet in consumptie en binnenlandse investeringen. Voor een verklaring van de toename van het saldo op de lopende rekening is het inzichtelijk om het spaaroverschot nader te ontleden, omdat zo de bijdragen van huishoudens en bedrijven kunnen worden onderscheiden.

Huishoudens sparen minder

Wie slechts kijkt naar de stijgende tegoeden op spaarrekeningen zou de conclusie kunnen trekken dat Nederlandse huishoudens nijvere spaarders zijn. Maar of huishoudens per saldo sparen is afhankelijk van de veranderingen in álle financiële vorderingen en verplichtingen, en niet slechts van de spaartegoeden. Door die bril verandert het beeld. In de jaren tachtig werd er daadwerkelijk veel gespaard door de Nederlandse huishoudens. Maar vanaf halverwege de jaren negentig kwam daar door de grote toename van de hypotheekschulden verandering in; na de eeuwwisseling was het spaarsaldo van huishoudens zelfs enkele jaren negatief.

Hoewel het spaarsaldo van huishoudens sinds de crisis is opgelopen, ligt het nog altijd ruim onder het niveau uit de jaren tachtig. De belangrijkste reden voor het lagere spaarsaldo van huishoudens is dat de overwaarde op de eigen woning is verzilverd. Doordat de waarde van hun huis was gestegen, konden huishoudens extra krediet opnemen. Tegelijkertijd zijn ook hun collectieve besparingen voor het pensioen gedaald. De pensioenpremies zijn weliswaar toegenomen, maar door de vergrijzing zijn de pensioenuitkeringen ook gestegen. De beleggingsinkomsten van pensioenfondsen zijn bovendien als gevolg van lagere rente- en dividendinkomsten gedaald. Een kanttekening is dat die beleggingsinkomsten (en daarmee het saldo op de lopende rekening) neerwaarts worden vertekend door de winstinhouding van de bedrijven waarin de pensioenfondsen aandelen hebben. Koersstijgingen blijven in de systematiek van de betalingsbalans namelijk buiten beschouwing.

Bedrijven sparen meer

Sinds eind jaren negentig zijn Nederlandse bedrijven juist meer gaan sparen. Die oploop reflecteert lagere binnenlandse investeringen, alsook hogere ingehouden winsten. Bij het hoge spaarsaldo spelen multinationals een belangrijke rol. In landen waar het bedrijfsleven veel in het buitenland investeert, zoals Nederland, spaart het bedrijfsleven doorgaans meer. Dat komt voor een belangrijk deel door de statistische afspraak dat de winsten die buitenlandse dochtermaatschappijen van multinationals behalen volledig als inkomsten aan de moedermaatschappij toekomen,ook als ze lokaal worden ingehouden ter financiering van investeringen. De winsten uit buitenlandse belangen gaan in Nederland vooral naar beursgenoteerde bedrijven, die voor een belangrijk deel in buitenlandse handen zijn. Voor zover zij die winst als dividend uitkeren, stroomt die grotendeels naar buitenlandse beleggers. Maar voor zover zij deze winst inhouden, draagt dit bij aan een hoger Nederlands spaaroverschot.

Economische structuur beïnvloedt het spaaroverschot

Nederland heeft een uitzonderlijke financieel-economische structuur. Door de fiscale stimulering van zowel hypotheekschuld als pensioenvermogen hebben huishoudens lange balansen. Het pensioenvermogen is erg groot ten opzichte van de omvang van de economie, en mede om die reden voor een belangrijk deel in het buitenland belegd. Om historische redenen heeft Nederland bovendien een relatief groot aantal multinationals binnen haar grenzen. Gecombineerd met de toegenomen handels- en inkomensstromen als gevolg van de globalisering van de economie maken deze omstandigheden het saldo op de lopende rekening moeilijk eenduidig te interpreteren.

Figuur 1 laat dit zien. In deze figuur wordt gecorrigeerd voor het niet-uitkeren van ingehouden winst aan het buitenland (door multinationals) en aan Nederland (voor de pensioenbeleggingen). In de jaren voor de crisis heeft het gecombineerd effect het saldo op de lopende rekening behoorlijk verhoogd. In recente jaren heffen deze effecten elkaar ongeveer op, maar hebben andere bijzonderheden, zoals de procylische werking van het pensioenstelsel en de woningmarkt, het saldo vertekend. Dit illustreert in de eerste plaats dat het saldo op de lopende rekening met voorzichtigheid moet worden geïnterpreteerd.

Geeft het hoge saldo op de lopende rekening nu aanleiding tot zorg over macro-economische onevenwichtigheden? Het antwoord op die vraag is gemengd. Niemand zal betogen dat Nederland minder multinationals zou moeten hebben. En de uitsplitsing van het spaaroverschot laat zien dat niet eenvoudigweg kan worden gesproken van ‘onderbesteding’. Het hoge saldo op de lopende rekening is veeleer een uiting van een ander soort onevenwichtigheid: de uitzonderlijke financieel-economische structuur van Nederland. Het verdient aanbeveling – zoals het SER-rapport ‘Nederlandse economie in stabieler vaarwater’ vorig jaar ook al betoogde – om deze structuur geleidelijk te normaliseren. De eerste stappen daartoe zijn overigens al gezet. In dit licht is het verstandig dat de Europese Commissie het saldo op de lopende rekening slechts als een startpunt gebruikt voor nadere analyse, en de onderliggende ontwikkelingen analyseert in plaats van direct beleidsconclusies te verbinden aan de omvang van het saldo.

Over Content Editor V

Content editor of PressCenter website.

Schrijf Uw Reactie

Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *

*

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Kies de person met
de hand omhoog *

Scroll To Top