zondag, november 19, 2017
Keuze van de Redactie
U bent hier: Home / Landen / België / KBS: Burgers als leidraad in de gezondheidszorg
KBS: Burgers als leidraad in de gezondheidszorg

KBS: Burgers als leidraad in de gezondheidszorg

  • Belgie
  • Verrassende resultaten van het KBS Burgerlabo over terugbetaling in de gezondheidszorg
  • Koning Boudewijnstichting
  • http://www.kbs-frb.be
  • info@kbs-frb.be
  • http://www.kbs-frb.be/pressitem.aspx?id=317361&langtype=2067

Burgers als leidraad in de gezondheidszorg Burgers kunnen op korte tijd, zeer afgewogen, evenwichtige en grensverleggende oordelen vellen, ook over complexe situaties en materies.

Burgers leggen heel andere prioriteiten in de gezondheidszorg dan diegenen die daar vandaag over beslissen. Vooreerst vinden burgers de kwaliteit van leven belangrijker dan het verlengen van de levensduur én rekenen zij ook de levenskwaliteit van de omgeving mee.

Discussies in een burgerlabo leveren meer genuanceerde resultaten op dan een enquête die burgers individueel bevraagt. Burgers blijken dan nog wél solidair te zijn.

Burgers dringen aan op een gezondheidsbeleid in plaats van een ziektebeleid dat nu nog altijd gevoerd wordt. Ze willen de klemtoon niet een klein beetje maar veel nadrukkelijker leggen op preventie, gezondheidsbevordering in alle beleidsdomeinen en op gezondheidsopvoeding.

Over het burgerlabo

Dit Burgerlabo was een eigen initiatief van de Stichting na een vraag van het RIZIV. Ze volgt daarbij een meermaals toegepaste methodiek die erg veel opgang maakt in verschillende Europese landen en die ook wetenschappelijk goed bestudeerd is.

(Democracy in motion: evaluating the practice and impact of deliberative civic engagement. Edited by Tina Nabatchi, John Gastil, Matt Leighninger, G. Michael Weiksner, Oxford University Press, 2012.

Publieksonderzoek naar relevante beslissingscriteria en hun relatief belang inzake terugbetaling van gezondheidsinterventies. Een etappe naar een beleidsondersteunend instrument. Koning Boudewijnstichting, 3de workshop, 22 november 2013, Brussel.)

Het is een – wetenschappelijk ondersteunde – innovatieve vorm van ‘publieke deliberatie’: een beperkte groep mensen die een afspiegeling is van de diversiteit van de samenleving, blijkt na een korte tijd van intense en open informatie-uitwisseling met experts, belanghebbenden, beleidsmakers en patiënten, en na intense onderlinge discussie – een verrassend sterk en evenwichtig oordeel te kunnen vormen. En dat wijkt af van het oordeel van degenen die vandaag het gezondheidsbeleid bepalen. Zo’n forum verrijkt de besluitvorming met afgewogen en doordachte klemtonen burger en patiënten klemtonen, maar spoort op meerdere vlakken ook aan op bijsturing van het beleid en van de normen, de regels en de gewoonten van de sector.

Wie nam deel?

32 burgers, 16 Franstaligen en 16 Nederlandstaligen, evenveel vrouwen als mannen gingen drie weekends lang in conclaaf. De groep vormde geen representatief staal van de bevolking; wel werd gezorgd voor een zo divers mogelijke groep om een zo groot mogelijke diversiteit van opinies te bekomen garanderen: dat leverde een mix op van leeftijden (van 18 tot 67 jaar) , opleidingsniveaus (van lager tot hoger onderwijs), beroepen en achtergronden , met één gemeenschappelijk kenmerk: de bereidheid om te participeren.

Wat was het doel?

Aan het burgerlabo werd gevraagd om, aan de hand van concrete cases, algemene criteria voor terugbetaling op te stellen; er werd niet gevraagd naar een advies over de terugbetaling van de concrete behandelingen, ook niet degene waarmee gewerkt werd. De 32 burgers kregen de vrijheid om hun argumentatie breed op te bouwen en verbanden te leggen die experts niet meteen maken. Daarom werd ook regelmatig gediscussieerd buiten het kader van de terugbetalingen.

Resultaat

De deelnemers aan het labo kwamen tot 19 criteria en 6 voorwaarden voor terugbetaling. De criteria werden onderverdeeld in drie domeinen: ‘perspectief van de patiënt’, ‘medisch-technische criteria’ en ‘solidaire samenleving’. 11 van de 19 criteria zijn volledig nieuw ten opzichte van de vandaag gebruikte criteria voor terugbetaling.

Drie verrassende inhoudelijke conclusies

1. Solidariteit

De discussie over de mate waarin solidariteit moet gehandhaafd worden in ons gezondheidssysteem is zeer actueel. Dagelijks duiken er vragen op naar de wenselijkheid om bepaalde behandelingen voor bepaalde patiënten nog terug te betalen. Meer systematische informatie kwam naar boven toen het RIZIV, naar aanleiding van zijn 50Ste verjaardag, vorig jaar een ruime publieksbevraging liet uitvoeren door de onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel. Die toonde aan dat de solidariteit bij momenten stevig onder druk staat.

De TOR-enquête leerde dat 20 à 40 procent van de ondervraagde burgers geneigd is tot het aanvaarden van leefstijldifferentiatie in de te betalen premie of in de terugbetaling van de zorgen en dat 30 tot 40 procent voorstander is van de uitsluiting van mensen boven de 85 als het gaat over dure zorgen. Wie rookt, veel vet eet of frisdranken drinkt, alcohol verbruikt , zou dan minder op de solidariteit aanspraak mogen maken.

De solidariteit blijkt onder druk te staan als men de burger individueel en geïsoleerd om meningen vraagt. Laat men burgers enige tijd om te overleggen, geeft men hen de ruimte om onder elkaar en in confrontatie met experten en belanghebbenden de zaak uit te discussiëren, dan zijn zij nog wel gehecht aan de solidariteit en aan het recht op gezondheidszorg van eenieder.

De delibererende burgers leveren een genuanceerde antwoord: ja, mensen zijn verantwoordelijk voor hun gedrag en dus voor hun eigen gezondheid, maar slechts tot op zekere hoogte omdat contextuele factoren een determinerende rol spelen. Die verantwoordelijkheid mag niet leiden tot het niet terugbetalen van medische behandelingen voor ziekte. De participanten steunen het principe van zogenaamde levensstijlsolidariteit – solidariteit met zij die door hun gedrag meer risico lopen op medische kosten.

In het Burgerlabo komt het verzet tegen een criterium ‘leeftijd’ vanuit twee richtingen: leeftijd mag niet gebruikt worden om mensen uit te sluiten, maar tegelijk mag het verlengen van de levensduur ook geen doel op zich zijn. Om beide redenen wordt het criterium ‘leeftijd’ daarom meermaals ‘gevaarlijk’ genoemd.

2. Levenskwaliteit voorop

Inhoudelijk blijkt uit het burgerlabo dat de prioriteiten van de burgers in het gezondheidsbeleid, anders zijn dan de prioriteiten die de huidige beleidsmakers erin leggen.

Burgers willen meer dan huidige besluitvormers dat rekening wordt gehouden met de kwaliteit van het resterende leven dan met de zuivere verlenging van de levensduur.

Dat bleek ook al uit de bevraging die het KCE2 organiseerde (KCE Report 234As, Hoe de voorkeur van de bevolking meenemen in de beslissing tot terugbetaling van een nieuwe behandeling ?2014.). Het Burgerlabo specifieert wat levenskwaliteit dan wel betekent en vult aan dat burgers ook willen dat er rekening gehouden wordt met de levenskwaliteit van de omgeving van de patiënt.

De patiënt is volgens de participanten geen op zichzelf staande ‘entiteit’ die geïsoleerd kan worden van zijn/haar omgeving. De scope van de ziekteverzekering reikt voor de participanten daarom verder dan de zorg voor de patiënt alleen. Met name tijdens discussies over kanker en de ziekte van Alzheimer wijzen participanten op de impact van de ziekte op de omgeving van de patiënt: ‘Dat is zo een ziekte waarmee heel het gezin ziek mee is, heel de omgeving’.

3. Preventie

De burgers vinden dat er naast een taxshift, ook een gezondheidsshift moet komen: van curatieve naar preventieve zorg. Die beleidsintentie wordt al decennia verwoord, de burgers vinden de tijd gekomen om dat nu ook uit te voeren.

Het systeem moet gaan naar een manier waarop men permanent wordt uitgedaagd om de eigen gezondheid te onderhouden. Ga naar de huisarts niet omdat je ziek bent, maar om gezond te blijven. Behalve, de tandenzorg. Als je elk jaar naar de tandarts gaat krijg je gunstig tarief. Dat is een systeem dat al lichtjes in die richting gaat.

Burgers beseffen bovendien dat het uitwerken van doeltreffende en kosteneffectieve preventieve maatregelen een goede wetenschappelijke onderbouw vraagt, gecombineerd met een slimme, innovatieve en originele aanpak, toegesneden op de juiste doelgroep. Ook voor het onderwijs zien ze een belangrijke rol. Wel mag meer preventie niet leiden tot het meer culpabiliseren van patiënten.

Josse van Steenberge (UA), voorzitter van het Begeleidingscomité dat dit initiatief opvolgt, wijst erop dat de participerende burgers niet meer en ook niet minder vragen dan een ommekeer van het systeem.

“We moeten de zaken omdraaien, zeggen de burgers. We moeten de ziekteverzekering vervangen door een gezondheidsverzekering. We moeten meer middelen steken in het gezond houden van mensen en minder in uitkeringen … De burgers geven aan dat we bij een business as usual-scenario tegen de muur gaan rijden. Dat we heel veel moeten veranderen om de patiënt terug in het centrum van de gezondheidszorg te plaatsen.”

De conclusies van het rapport nog eens op een andere manier gegroepeerd:

Het gezondheidsbeleid moet volgens de burgers

  • minder gericht zijn op verlenging van de levensduur en meer op de verbetering van de levenskwaliteit
  • minder technocratisch en meer menselijk worden. De mens achter de ziekte moet centraal staan, niet de pathologie, de medische oplossing, de zorgverlener of de verzekeringsinstelling
  • meer worden aangestuurd vanuit de zorgnoden van de bevolking, en minder vanuit het aanbod van zorgverleners en industrie
  • meer gericht zijn op geïntegreerde zorg die tegemoetkomt aan de globale zorgnoden van een patiënt
  • efficiënter worden georganiseerd met minder verspilling en meer effectiviteit, waarbij echter wel rekening wordt gehouden met de beleving en ervaringen van de patiënt
  • transparanter en flexibeler worden – ook bestaande behandelingen moeten regelmatig worden geëvalueerd en beslissingen moeten worden toegelicht ›
  • meer focussen op preventie, duurzaamheid en de lange termijn
  • democratiseren – de besluitvorming moet worden verbreed en er dienen meer partijen aan deel te nemen.

Hoe rekening houden met het advies van de burger in de besluitvorming?

De KBS legde die vraag voor aan een 40-tal gezondheidsexperts, stakeholders en beleidsmakers.

Hun belangrijkste bevindingen zijn op te hangen aan vijfmaal het woord, inderdaad:

  • levenskwaliteit moet inderdaad als centraal criterium worden ingebouwd bij het nemen van beslissingen over terugbetalingen, meer dan de zuivere levensverlenging
  • de focus van de gezondheidszorg moet inderdaad verschuiven naar preventie. Bovendien moet de preventieve impact van een interventie als criterium worden opgenomen bij terugbetalingen
  • effectiviteit en kosteneffectiviteit blijven belangrijke criteria, maar moeten inderdaad meer worden benaderd vanuit levenskwaliteit en geïntegreerde zorg
  • in de operationalisering moet men criteria inderdaad flexibel toepassen, rekening houdend met individuele noden van patiënten, hun levenskwaliteit en hun eigen keuzes
  • het democratische gehalte van de besluitvorming over terugbetalingen moet inderdaad verhogen. Dit vraagt een integratie van nieuwe actoren, nieuwe taken, nieuwe consultatie- en besluitvormingsprocessen. Patiënten en burgers hebben hierin een rol. Burgers slagen erin om tot genuanceerde standpunten, zinvolle aanbevelingen en opbouwende kritieken te komen over complexe beleidsvraagstukken als terugbetalingen in de gezondheidszorg.

‘We hebben er vijftig jaar over gedaan om een stelsel van ziekteverzekering op te bouwen. Misschien zullen we er even lang over doen om een systeem van gezondheidsverzekering op te bouwen.”

Josse Van Steenberge (UA)

Over Content Editor V

Content editor of PressCenter website.

Schrijf Uw Reactie

Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *

*

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Kies de person met
de hand omhoog *

Scroll To Top