zaterdag, november 18, 2017
Keuze van de Redactie
U bent hier: Home / Bronnen / Bedrijfsleven & Ondernemers / Vraag en aanbod op de Europese arbeidsmarkt sluiten slechter op elkaar aan sinds de crisis
Vraag en aanbod op de Europese arbeidsmarkt sluiten slechter op elkaar aan sinds de crisis

Vraag en aanbod op de Europese arbeidsmarkt sluiten slechter op elkaar aan sinds de crisis

  • Europa
  • Sinds het begin van de crisis is de werkloosheid in het eurogebied snel gestegen. Toch is er tegelijkertijd een relatief grote onvervulde vraag van bedrijven naar arbeidskrachten: vraag en aanbod vinden elkaar minder goed dan voor de crisis. Deze mismatch op de arbeidsmarkt heeft negatieve gevolgen voor de economische ontwikkelingen op de korte èn de lange termijn.
  • DNB
  • http://www.dnb.nl
  • info@dnb.nl
  • http://www.dnb.nl/nieuws/nieuwsoverzicht-en-archief/dnbulletin-2013/dnb295572.jsp
  • Grafiek-1_tcm46-295511

Sinds het begin van de crisis is de werkloosheid in het eurogebied toegenomen van 7,4% in 2007 naar 12,1% van de beroepsbevolking op dit moment. De hoge werkloosheid is deels het gevolg van vraaguitval. Maar er is in dit geval ook iets anders aan de hand: ondanks dat er een groot aanbod is van werkzoekenden, is de onvervulde vraag naar arbeidskrachten óók hoog.

De situatie waarin de werkloosheid hoog is terwijl er veel vacatures zijn, kan het gevolg zijn van een mismatch in de arbeidsmarkt: aanbod van en vraag naar arbeid sluiten niet goed op elkaar aan. Deze mismatch kan sectoraal zijn, bijvoorbeeld als de werkloosheid is toegenomen in de bouw terwijl er vacatures zijn in de IT-sector. De mismatch kan ook geografisch zijn: hoge werkloosheid in het ene gebied en veel vacatures in een ander gebied.

De Beveridge-kromme geeft het (negatieve) verband tussen werkloosheid en vacatures weer. Conjuncturele golven leiden tot een beweging langs deze kromme, met een hoge werkloosheid en weinig vacatures in een laagconjunctuur, en omgekeerd een lage werkloosheid en veel vacatures in een hoogconjunctuur. Structurele veranderingen als gevolg van een toename van de mismatch resulteren daarentegen in een verschuiving naar rechts van de Beveridge-kromme: bij eenzelfde vacaturegraad is de werkloosheid dan hoger.

Grafiek 1 laat de ontwikkeling van de Beveridge-kromme in het eurogebied zien sinds 1995. De vacaturegraad wordt hier benaderd door de mate waarin de productie gehinderd wordt door een tekort aan arbeidskrachten volgens de enquête van de Europese Commissie. Tijdens de eerste jaren van de EMU (1999-2001) verschuift de curve naar binnen. Deze verschuiving naar binnen zet na de dotcomrecessie in de jaren 2002-2008 verder door, wat duidt op een steeds beter functioneren van de arbeidsmarkt. Tijdens de crisis (de periode 2009 tot heden) zien we de Beveridge-kromme echter naar rechts schuiven en terugkeren naar een situatie van hoge werkloosheid en relatief veel vacatures.

Om de mate waarin vraag en aanbod in de arbeidsmarkt aansluiten in één getal te vatten definiëren we een mismatch indicator. We beschouwen de periode 2002-2008 (blauw in grafiek 1) als referentieperiode. De mismatch indicator is het verschil tussen de feitelijke werkloosheid en de werkloosheid bij een gelijk tekort aan arbeidskrachten in de referentieperiode. Sinds 2009 is de indicator in het eurogebied sterk opgelopen. De werkloosheid ligt nu ruwweg 3,5 procentpunt hoger t.o.v. de referentieperiode, wat een toename van de structurele werkloosheid suggereert.

Mismatch indicator

De onderliggende verschillen in de afzonderlijke eurolanden zijn groot. Zij weerspiegelen deels verschillen in de structuur van de nationale arbeidsmarkten (arbeidscontracten, mogelijkheid tot scholing, etc). De mismatchtoename is het grootst in Spanje en Portugal, waar het tot een 15 procentpunt (Spanje) en 8 procentpunt (Portugal) hogere werkloosheid heeft geleid t.o.v de referentieperiode 2002-2008. In Duitsland sluiten vraag naar en aanbod van arbeid sinds de crisis juist beter op elkaar aan (mismatch neemt af met 3 procentpunt).

In Nederland is de toename van de mismatch relatief klein (toename van 2 procentpunt). De belangrijkste verklaring is dat de crisis in Nederland veel minder hevig was dan in bijvoorbeeld Spanje of Portugal en dus kleinere aanpassingen vereiste. Maar de Nederlandse arbeidsmarkt heeft ook kenmerken die bijdragen aan flexibiliteit. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de grote sector voor uitzendbureaus.

Een hoge mate van mismatch impliceert een paradoxale situatie waarin mensen die willen werken geen baan kunnen vinden terwijl bedrijven tegelijkertijd niet aan de vraag naar producten kunnen voldoen omdat ze een tekort aan gekwalificeerde werknemers hebben. Als een dergelijke situatie lang aanhoudt, kan dat tot een lagere structurele groei en een hoger werkloosheidniveau leiden, omdat mensen die langdurig werkloos zijn hun skills verliezen en daardoor minder productief worden of, in het uiterste geval, definitief van de arbeidsmarkt verdwijnen.

Het is niet eenvoudig om de werking van de arbeidsmarkt op korte termijn te verbeteren, maar vanwege de grote schade die mismatch kan aanrichten zijn hervormingen die werkzoekenden en bedrijven beter bij elkaar brengen van groot belang. Voorbeelden zijn hulp bij (om)scholing van werklozen, bevordering van arbeidsmigratie binnen het eurogebied, wederzijdse erkenning van diploma’s tussen landen en strikte handhaving van verplichtingen om te zoeken naar een nieuwe baan voor uitkeringsgerechtigden. Indirect kunnen macroprudentiële instrumenten die bubbelvorming (zoals bij de Spaanse bouwsector) tegengaan ook bijdragen.

Over Content Editor V

Content editor of PressCenter website.

Schrijf Uw Reactie

Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *

*

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Kies de person met
de hand omhoog *

Scroll To Top